Educatief Startbekwaam (STRT) - B2

Voor wie?

Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) of jongeren (16+) aan het einde van het secundair of voortgezet onderwijs in het buitenland die starten met een studie aan een Vlaamse of Nederlandse hogeschool of universiteit.

Hoe wordt er getoetst?

Toetst vaardigheden geïntegreerd: luisteren in combinatie met schrijven, lezen in combinatie met schrijven, lezen in combinatie met spreken en gesprekken voeren.

Uw certificaat

Het examen Educatief Startbekwaam (STRT) is onderscheiden met het ALTE Q-label. Dat is een kwaliteitslabel dat wordt toegekend na een strenge doorlichting en geldt als bewijs dat aan alle kwaliteitseisen van ALTE (Association of Language Testers in Europe) is voldaan.

Een Certificaat Nederlands als Vreemde Taal schept kansen:

  • bewijs van voldoende Nederlandse taalvaardigheid om een (Nederlandstalige) opleiding te volgen aan een universiteit of hogeschool in Nederland of Vlaanderen:
  • bewijs van de vereiste taalkennis bij een aanstelling in het Vlaamse onderwijs (niet dezelfde vereisten voor elk personeelslid):
  • vrijstelling voor het luik ‘Nederlands’ van het Nederlandse inburgeringsexamen.
Meer info

Wat is de inhoud van het examen?

Dit examen bestaat uit taken uit het hoger onderwijs, zoals een hoorcollege samenvatten, eigen standpunt formuleren, argumenterende brief schrijven, presenteren enzovoort.

Lezen

Dit moet u kunnen:

  • de hoofdgedachte achterhalen en de gedachtegang volgen van informatie in geschreven teksten;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies tot in detail begrijpen;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies selecteren in geschreven teksten;
  • de structuur begrijpen van geschreven teksten;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies vergelijken.

De input

Kan in hoge mate zelfstandig lezen, past zijn of haar leesstijl en -snelheid aan verschillende teksten en doeleinden aan en maakt selectief gebruik van toepasselijke naslagwerken. Beschikt over een grote actieve leeswoordenschat, maar kan enige moeite hebben met weinig voorkomende idiomatische uitdrukkingen.

Thema en context (onderwerp)
  • bronnen binnen een educatieve context
  • naslagwerken
  • correspondentie met betrekking tot interesses
  • nieuwsberichten, artikelen en verslagen over uiteenlopende onderwerpen
  • complexe aanwijzingen binnen een educatieve context
  • artikelen over hedendaagse problemen
  • semi-authentiek
Lengte en indeling leesteksten
  • een of meerdere pagina’s lang met een duidelijke structuur (zoals een syllabus)
  • langere passages, van elkaar gescheiden door tussenkopjes (zoals een syllabus of een lang krantenartikel)
  • nauwelijks visueel ondersteund
Structuur en samenhang
  • occasioneel impliciet aangeboden informatie en impliciet aangeboden betekenisrelaties
  • duidelijk gestructureerd
  • impliciete structurering mogelijk
Woordenschat en taalvariëteit
  • ook minder frequente woorden en formuleringen
  • af en toe vakspecifieke woordenschat
  • toenemende mate van variatie
Grammatica
  • complexe samengestelde zinnen
Naar boven

Luisteren

Dit moet u kunnen:

  • de hoofdgedachte achterhalen en de gedachtegang volgen van informatie in gesproken teksten;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies tot in detail begrijpen;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies selecteren in gesproken teksten;
  • de structuur begrijpen van gesproken teksten;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies vergelijken.

Kan uitgebreide, gesproken teksten volgen over vertrouwde en niet vertrouwde onderwerpen die gewoonlijk worden aangetroffen in een educatieve context. Alleen extreem achtergrondgeluid, onvoldoende structuur en/of idiomatisch taalgebruik ondermijnen het begrip van het gesprokene.

De input

Thema en context (onderwerp)
  • concrete en abstracte onderwerpen binnen en buiten eigen vakgebied
  • vertrouwde en niet-vertrouwde onderwerpen
  • uitgebreide betogen en complexe redeneringen over een vertrouwd onderwerp
  • levendige gesprekken tussen moedertaalsprekers
  • semi-authentiek

Tempo en articulatie luisterteksten

  • normaal spreektempo uitgesproken in de standaardtaal
  • natuurlijke articulatie
Structuur, samenhang en lengte
  • occasioneel impliciet aangeboden informatie en impliciet aangeboden betekenisrelaties
  • relatief lang, duidelijk gestructureerd
  • impliciete structurering mogelijk
Woordenschat en taalvariëteit
  • ook minder frequente woorden en formuleringen
  • af en toe vakspecifieke woordenschat
  • toenemende mate van variatie
Grammatica
  • complexe samengestelde zinnen
Naar boven

Schrijven

Dit moet u kunnen:

  • relevante informatie, argumenten, standpunten en conclusies weergeven (op basis van de input);
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies zelf formuleren of beargumenteerd reageren op input;
  • een heldere en herkenbare structuur of argumentatieschema hanteren;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies bij elkaar brengen en vergelijken.

Kan heldere, gedetailleerde teksten schrijven over uiteenlopende onderwerpen waarin informatie en argumenten uit verschillende bronnen worden bijeengevoegd en beoordeeld.

De output

  • De lexicale variatie is groot genoeg om frequente letterlijke herhalingen te voorkomen. Lexicale hiaten en fouten komen hier en daar voor, maar verhinderen de begrijpelijkheid van de tekst niet. Af en toe wordt er een synoniem gekozen dat minder goed past binnen de context.
  • Uitingen bevatten zowel eenvoudige als meer complexe grammaticale constructies en zinspatronen. Vaak voorkomende complexe constructies zijn meestal foutloos. Slechts zelden komt er een duidelijk aanwijsbare fout voor.
  • Structurerende elementen worden doorgaans correct gebruikt en ondersteunen de coherentie van de prestatie. Af en toe wordt er echter een structurerend element verkeerd gebruikt, vergeten (waardoor de prestatie inhoudelijke sprongen kan vertonen) of overgebruikt. Verwijswoorden worden meestal op juiste wijze gebruikt.
  • Het leestekengebruik voldoet aan de standaardconventies. Spelling en interpunctie zijn vrijwel correct en bevatten slechts hier en daar nog kleine fouten.
Naar boven

Spreken

Dit moet u kunnen:

  • relevante informatie, argumenten, standpunten en conclusies weergeven (op basis van de input);
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies zelf formuleren of beargumenteerd reageren op input;
  • een heldere en herkenbare structuur of argumentatieschema hanteren;
  • informatie, argumenten, standpunten en conclusies bij elkaar brengen en vergelijken.

Kan duidelijke, stelselmatig ontwikkelde beschrijvingen en presentaties geven over uiteenlopende onderwerpen met de juiste nadruk op belangrijke punten en ter zake doende ondersteunende details waarbij hij of zij ideeën uitwerkt en kracht bijzet met aanvullende punten en relevante voorbeelden.

De output

  • De lexicale variatie is groot genoeg om frequente letterlijke herhalingen te voorkomen. Lexicale hiaten en fouten komen hier en daar voor, maar verhinderen de begrijpelijkheid van de tekst niet. Af en toe wordt er een synoniem gekozen dat minder goed past binnen de context.
  • Uitingen bevatten zowel eenvoudige als meer complexe grammaticale constructies en zinspatronen. Vaak voorkomende complexe constructies zijn meestal foutloos. Slechts zelden komt er een duidelijk aanwijsbare fout voor.
  • Structurerende elementen worden doorgaans correct gebruikt en ondersteunen de coherentie van de prestatie. Af en toe wordt er echter een structurerend element verkeerd gebruikt, vergeten (waardoor de prestatie inhoudelijke sprongen kan vertonen) of overgebruikt. Verwijswoorden worden meestal op juiste wijze gebruikt.
  • De uitspraak en intonatie zijn helder en natuurlijk, maar met een hoorbaar accent.
  • De vloeiendheid is goed, er zijn weinig merkbare of storende pauzes. Soms komen er aarzelingen voor bij het zoeken naar de juiste formuleringen. De taaluitingen, ook de langere, kennen een gelijkmatig tempo.
  • De kandidaat neemt een actieve houding aan en kan de prestatie beginnen, gaande houden en beëindigen. De informatie en de vragen worden zelfstandig gebracht/gesteld. Hulp van de examinator is niet nodig.
Naar boven

Gesprekken voeren

Op dit niveau worden de vaardigheden spreken en gesprekken voeren geïntegreerd met lezen in deel C getoetst.

Naar boven